In het Baarnsche Bos kondigt de zomertijd zich stilletjes aan. Een hert en haar jongen baden in de ochtenddauw, terwijl kampeerders ontwaken in het zachte licht. Tussen parelend gras en geurige koffie lijkt de tijd stil te staan. De natuur volgt haar eigen ritme, los van de klok van de mens.
Een uur gestolen van de nacht,
Ontwaken in een tent die zacht
Door ochtendlicht wordt aangeraakt,
Terwijl de kampeergrond langzaam waakt.
Pareldruppels op het gras,
Alsof de nacht ze achterliet
In haast om plaats te maken voor
Een dag die vroeger komt dan niet.
In het Baarnsche Bos, zo stil,
Waar kampeerders nog dromen,
Beweegt een schim tussen de bomen,
Een hert, voorzichtig, naar haar wil.
Zij stapt de weide in, alert,
Haar jongen volgen, hoeven zacht,
Ze baden in de ochtenddauw,
Onwetend van de tijd verzacht.
De klok een uur vooruit gedraaid,
Maar hier, in dit verstilde moment,
Lijkt tijd een vreemde uitvinding,
Door mens, niet natuur, erkend.
De koffiegeur zweeft door de lucht,
Vanaf een vroege kampeerder's vuur,
De dag breekt open, langzaam, traag,
In dit gestolen ochtenduur.
Een nieuwe zomer aangekondigd,
Door een klok die vooruit mag gaan,
Maar in het hart van het oude bos,
Blijft de tijd gewoon stilstaan.

Reacties (0)
Nog geen reacties.